Wat hetzelfde pakket toen ongeveer kostte.
Dit zijn zelfgekozen rekenrendementen. Ze voorspellen niet wat een belegging volgend jaar doet. Negatieve waarden zijn mogelijk.
Een euro blijft een euro. Maar wat kun je er straks nog mee kopen? Reken met je eigen bedrag, kijk terug in de tijd en ontdek waarom geld op de bank niet automatisch zijn koopkracht behoudt.
Begin gewoon met € 1.000. Alle voorbeelden hieronder passen automatisch mee.
Berekening wordt geladen…
Koopkracht in euro's van de startdatum
Prijsverschil ten opzichte van de startdatum
Wat hetzelfde pakket toen ongeveer kostte.
De door jou ingevulde prijs of het startbedrag.
Wat precies hetzelfde later zou kosten.
Een mandje dat nu € 100 kost, kost bij 3% inflatie na een jaar € 103. Het aantal producten verandert niet; hun gemiddelde prijs wel.
Heb je € 1.000 en krijg je geen rente? Dan zie je nog steeds € 1.000 op je rekening. Maar bij hogere prijzen koop je minder met datzelfde saldo.
Als je spaarrente hoger is dan de inflatie, groeit je koopkracht vóór kosten en belasting. Maar een hoger mogelijk rendement brengt vaak extra risico mee.
Ja, op één belangrijke manier. Maar niet op elke manier.
1. Bescherming van je eurosaldo. Een betaal- of spaarrekening bij een bank die onder een toepasselijk depositogarantiestelsel valt, heeft doorgaans bescherming tot € 100.000 per persoon per bank als die bank failliet gaat.
2. Bescherming van je koopkracht. Die garantie zorgt er niet voor dat de prijzen gelijk blijven. Als je rente lager is dan de inflatie, verlies je koopkracht, ook als je banksaldo stijgt.
Dus: een bankrekening kan een verstandige plek zijn voor je noodbuffer of geld dat je binnenkort nodig hebt. Alleen is het geen garantie dat je er over tien jaar evenveel van kunt kopen.
Blauw: prijs van hetzelfde pakket. Groen: hoeveel je vaste bedrag aan koopkracht vertegenwoordigt, omgerekend naar de startdatum.
Wat zou jouw ingevulde bedrag kunnen worden als het geld op verschillende manieren wordt bewaard of belegd? Kijk vooral naar de koopkracht ná inflatie, niet alleen naar het grootste saldo.
Je eigen koopwoning is anders dan geld op een rekening. De woning kan meer waard worden, maar je kunt de waarde niet zomaar pinnen. Bovendien kunnen huizenprijzen ook dalen.
Overwaarde is de woningwaarde minus de resterende hypotheek.
Een simpel voorbeeld: je koopt een huis van € 300.000 met een hypotheek van € 250.000. De woning kan in de loop van de jaren meer waard worden. Het verschil tussen woningwaarde en schuld heet overwaarde.
Vereenvoudigde woningillustratie: de hypotheekschuld houden we gelijk om alleen de invloed van de mogelijke woningprijsverandering te laten zien. Werkelijk aflossen verlaagt die schuld. Verkoopkosten, hypotheekrente, onderhoud, belastingen en eventuele aankoopkosten zijn niet meegenomen. Dit is geen netto winstberekening en geen raming van Nederlandse huizenprijzen.
Voor geld dat je binnenkort nodig hebt, is een passende spaarrekening vaak praktischer en minder koersgevoelig dan goud, aandelen of crypto. De spaarrente kan wel lager zijn dan de inflatie.
Met geld dat je meerdere jaren kunt missen, kan spreiding over verschillende beleggingen een optie zijn. Een hoger potentieel rendement is nooit gegarandeerd en verliezen horen erbij.
Een eigen woning kan door aflossen of waardestijging meer overwaarde krijgen. Maar dat vermogen zit in stenen, kan minder waard worden en is niet direct beschikbaar.
De 2027-raming is afkomstig van DNB (juni 2026). De bedragen bij goud, aandelen, crypto, spaarrekeningen en de eigen woning zijn zelf te wijzigen rekenvoorbeelden, geen live koersen of persoonlijk financieel advies.
Reken vrij door, en leg daarna je inkomen en vaste lasten vast in BudgetFlow. Je ziet direct wat je overhoudt en kunt met een scenario testen wat een andere rente, prijs of keuze doet. Gratis en in het Nederlands.
Inflatie is de gemiddelde stijging van prijzen. Bij hogere prijzen kun je met hetzelfde bedrag minder kopen. Je koopkracht daalt dan.
Als de spaarrente lager is dan de inflatie, groeit je saldo trager dan de prijzen stijgen. In euro's heb je meer, in koopkracht minder.
Nee. Het zijn rekenvoorbeelden met aannames die je zelf kunt aanpassen. Niemand weet hoe de inflatie zich ontwikkelt.
© 2026 BudgetFlow